Abdij van Herkenrode

Abdijen in Loon: Herkenrode (Kuringen), Oriënten (Geetbets), Abdij Terbeek (Sint-Truiden)

en net buiten Loon: Sint-Agatha-Abdij van Hocht (Lanaken), Sint Bernardusdal (Diest), Mariëndal (Halen), Maegdendael (Oplinter), Abdij Vrouwenpark (Rotselaar)


Afhankelijke goederen:

  • Borgloon, Kuttekoven, Kleestraat 18, Hoeve de Clee, IBE-31993
  • Duras (St-Truiden), Wilderenlaan, parochiekerk O.L.Vr.Bezoeking, IBE-23102
  • Genk, Provinciaal domein Bokrijk, IBE-20895
  • Hasselt, Diepenbekervoetweg, Hoeve Ter Poorten,
  • Hoepertingen (Borgloon), Vedastusstraat 4, parochiekerk Sint Vedastus, IBE-31934
  • Hoepertingen (Borgloon), Vedastusstraat 2, pastorie, IBE-31944
  • Kuringen (Hasselt), Zoldersekiezel 220, Tuiltermolen, IBE-22270, Molenecho's
  • Kuringen, Kuringersteenweg 413, Aldenhof, IBE-22243
  • Kuringen, Stevoortsekiezel 100, Boswinning, IBE-22258
  • Stokrooie (Hasselt), Kuilbergstraat 1, Olmenhof, IBE-22261
  • Vliermaal, Kortessem, Oude Hoevestraat 29, Croesmolen, IBE-32280, Molenecho's

Refugiehuis:

  • Hasselt, Maastrichterstraat 100, refugehuis, IBE-22035
  • Sint-Truiden, Schepen De Jonghstraat 16, Refugehuis, IBE-22922

Hoeves:

  • Bilzen, Klein Bivelenweg 1, Hoeve Klein Bibelen, IBE-530
  • Hoeselt, Bilzerstraat 27, Hoeve Groot Bibelen, IBE-774
  • Kortenbos (Sint-Truiden), Basiliekstraat 21, Hoeve Casselaer, IBE-23005
  • Kortessem, Stationsstraat 39, hoeve Schoenwinckel, IBE-32465
  • Kuringen (Hasselt), Stevoortsekiezel 100, abdijhoeve Boswinning, IBE-22258 (voorlopig geen eigen foto)
  • Kuringen (Hasselt), Kuringersteenweg 413, hoeve Aldenhof, IBE-22243 (geen foto)
  • Kuttekoven (Borgloon), Kleestraat 18, hoeve en oud kasteel De Clee, IBE-31993
  • Stokrooie (Hasselt), Kuilbergstraat 1, abdijhoeve Olmenhof, IBE-22261 (voorlopig geen eigen foto)
  • Opheers (Heers), Opheersstraat 81, hoeve met tiendenschuur, IBE-32181

Betrokken gemeenten:

De abdij is gebouwd aan de oevers van de Demer te Kuringen. Vlakbij hadden de graven van Loon een versterkte verblijfplaats opgetrokken. Men neemt aan dat Herkenrode als abdij dateert van 1182, en zo de eerste vrouwenabdij was van Cîteaux in de Nederlanden. Ingeltruud I zou de eerste abdis geweest zijn, maar volgens de oorkonden is Jutta (+ 1258) de eerst vermelde abdis.

Tijdens het abbatiaat van Margriet van Steyne (tc. 1333) gebeurde te Vijver, een naburig dorp, een mirakel met een hostie die eerst geprofaneerd werd en waaruit bloed sijpelde. De pastoor liet de hostie overbrengen naar Herkenrode, waar een cultus ontstond ter ere van het H. Sacrament. Zo werd de abdijkerk vanaf 1317 een belangrijk bedevaartsoord. Er is een prachtige aflaatbrief uit 1363 bewaard, waarin paus Urbanus V de abdij begunstigt met volle aflaten. Bovenaan is de aflaatbrief opgesmukt met een tekening die de processie ter ere van het Sacrament van Mirakel in beeld brengt. In een gehistorieerde initiaal is de 14de-eeuwse abdijkerk afgebeeld.

In het begin van de 13de eeuw stierf te Herkenrode de zalige Elisabeth van Spalbeek. Deze mystica en extatische vrouw leefde in de buurt van Herkenrode. In het ouderlijk huis ontving zij in 1267 het bezoek van Philippe, abt van Clairvaux, die toen te Herkenrode de visitatie verrichtte. Over zijn ontmoeting met Elisabeth schreef de abt achteraf een verslag. Dit rapport werd door de bollandisten uitgegeven naar een handschrift uit het Rooklooster. De laatste jaren van haar leven bracht Elisabeth door in de abdij van Herkenrode. Zij overleed er in 1304.

Herkenrode was een adellijke abdij; alleen vrouwen uit de adel mochten er intreden. Zeker vanaf de 15de eeuw waren alle zusters, zonder uitzondering, van adelijke afkomst. De lekenzusters waren van volkse afkomst. Het gebeurde niet zelden dat de adel het klooster gebruikte als een soort opvangcentrum voor hun niet huwbare dochters. Dit werd een steen des aanstoots. In Herkenrode droegen de koorzusters in de 18de eeuw een zwart habijt om zich te onderscheiden van de niet-adellijke cisterciënzerinnen. Dit bracht hen in conflict met het generaal kapittel.

Een befaamde abdis van Herkenrode was Mathilde van Lexhy, die van I519 tot I548 de kromstaf voerde over de abdij. Zij volgde een bloedverwante van haar, Geertrui van Lexhy, als abdis op. Het kwam dikwijls voor dat familieleden de bijzonderste ambten in de abdij uitoefenden. Zo'n concentratie kwam nooit het peil van de gemeenschap ten goede. Abdis Mathilde leefde in een vrij rustige tijd zodat zij met een gerust gemoed aan mecenaat kon denken. Te Brussel bestelde zij 55 liturgische gewaden, die voorzien van haar wapenschild en ten dele bewaard zijn. In 1531 verbouwde zij de inkompoort van Herkenrode, en plaatste er haar wapenschild en de bouwdatum bovenop. Deze poort is nog bewaard. Zij verfraaide het kerkinterieur met glas-in-lood, sinds I803 te bezichtigen in de kathedraal van Lichfield (Engeland). Te Hasselt en te Sint-Truiden bouwde ze een refugehuis. Aan de Mechelse goudsmid Jan Vermeulen, bestelde ze in 1547 een reliekschrijn ter ere van de heilige Florentinus en nog twee kleinere reliekschrijntjes. Te Herkenrode liet de abdis een nieuwe brouwerij optrekken waarvan zij de voltooiing niet eer zou zien. Ze overleed op 2 november 1548 en werd opnieuw door een bloedverwante van haar opgevolgd, Aleydis van Lexhy. Deze laatste liet twee imposante cartularia opmaken, die gelukkig bewaard bleven.

In de 17de eeuw was abdis Anna-Catharina de Lamboy een abdis met groot aanzien. Ondanks de woelige tijd - soldateska uit Lorreinen plunderden de abdij - werd zij geroemd om haar bouwactiviteiten. In het abdij complex liet zij voor de zieke medezusters een nieuw infirmarium optrekken. Het toevluchtshuis te SintTruiden liet zij vakkundig restaureren en zij herbouwde de sacristie en de schuur. Boven de schuur prijkt haar wapenschild met devies: Pie et provide (vroom en zorgdragend). Aan de beroemde kunstenaar Artus Quellinus gaf zij opdracht om haar mausoleum te maken en aan J. Delcour vroeg zij om het hoofdaltaar van de abdijkerk in steen te kappen. De abdis stierf in I675.

In de 18de eeuw wou abdis Anna de Croy een totaal nieuwe abdij bouwen. Zij gaf daartoe de opdracht aan architect Dewez. Alleen het abdiskwartier werd gerealiseerd, Het monastieke leven te Herkenrode eindigt met de laatste abdis, Josephine de Gondrecourt. Op 1 januari 1793 moest zij lijdzaam toezien hoe twee commissarissen van de Franse Revolutie de inboedel op papier schreven. Eén jaar later verlieten de religieuzen Herkenrode en weken uit naar Duitsland. De abdis stierf te Leuven in 1805. G. Claes, vrederechter te Hasselt, werd toen de nieuwe eigenaar van de abdijgebouwen.

Er zijn heel wat portretten van abdissen bewaard, te Herkenrode zelf, in de pastorie te Kuringen, en in het oud-hospitaal te Hasselt, nu beheerd door de Grauwe Zusters. In het museum Stellingwerff-Waerdenhof te Hasselt staat een monstrans uit 1286, afkomstig uit Herkenrode. Het is waarschijnlijk de oudste en de oudst bestaande monstrans. Ze is van Parijse oorsprong en draagt een lelie bloem als merkteken. Ze zou in Parijs besteld zijn door Aleydis van Diest, priores van Herkenrode.

Een Madonna met Kind, een houtsculptuur uit I5IO-I520 bevindt zich nu in het museum Vanderkelen-Mertens te Leuven. Het mooiste beeld is dit van een Madonna met kind en druiventros, van circa I530, de tijd toen Mathilde van Lexhy abdis was. De druiventros is typisch voor de beeldende kunst uit de Maasvallei. Het gotisch beeld heeft bepaalde aanwijzingen naar de renaissancekunst. Men vermoedt dat hier de Meester van Oostham aan het werk was. Het beeld wordt bewaard in het museum Stellingwerff-Waerdenhof te Hasselt.

Te Brussel, in het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis, worden een 500-tal vloertegels in majolica bewaard. Ze zijn van Antwerpse origine en dateren uit de eerste helft van de 16de eeuw. Het is weerom abdis Mathilde de Lexhy die ze aangekocht heeft.

  • 1997, Anselm Hoste, Nuyttens, De glans van Cîteaux in de Nederlanden, 900 jaar cisterciënzerinnenabdijen 1098-1998, Van Bockstaele, Stichting Kunstboek, Brugge, 1997