Kapittels

Een kapittel is een bestuurscollege verbonden aan een kathedraal of kapittelkerk. De leden ervan heten kanunniken.
Aan het hoofd van het kapittel staat meestal een proost, die de plaatselijke bisschop kan zijn. De deken, die uit de kanunniken wordt gekozen, heeft de dagelijkse leiding. Andere functies zijn de leiding van een bibliotheek, een kerkkoor, een kathedraal- of kapittelschool.

Een dom- of
kathedraalskapittel staat de bisschop bij in zijn bestuurstaken en draagt in de regel de nieuwe bisschop voor. Kathedrale kapittels zijn meestal zo oud als de bisschopszetel zelf, aangezien een bisschop zich steeds met een aantal priesters omringde. Ter onderscheiding van een kathedraalkapittel noemt men andere kapittels ook wel collegiale kapittels. De kerk die het kapittel herbergt, wordt een kapittelkerk of collegiale kerk genoemd. Het kapittel staat in voor de bediening van de sacramenten en de prediking.

Vanaf de merovingische periode ontstonden er collegiale, seculiere kapittels. Vaak waren het gemeenschappen van leken die door wereldlijke heren gesticht werden. De ordo canonicus (betreffende deze seculiere kapittels) kende zijn eerste formalisering onder Karel de Grote met de Regel van Aken. Nadien werd een striktere observantie (naleving) van de Regel van Jeruzalem geëist. Deze was geïnspireerd op de Eerste Kerk. In de late Middeleeuwen kozen vele kapittels er voor om niet langer een regulier kapittel te vormen - regulier in de zin dat men een kloosterregel volgde - maar een seculier kapittel. Dit gaf de kanunniken meer bewegingsruimte.

Veel kapittels waren gedroomde plaatsen om jongere zonen van edelen aanzien en een gepast inkomen te bezorgen vanwege de
prebende (inkomsten) verbonden aan een kanunniksplaats, terwijl zijzelf en hun familie veelal een aardige som, land e.a. inkomsten aan het kloosterpatrimonium bijdroegen. In de gebieden waar de Franse Revolutie heerste werden de kapittels aan het einde van de 18e eeuw opgeheven. Nadien werden enkel kathedrale kapittels heropgericht.