1408: Othée

Datum 23 september 1408
Locatie: Othée, Provincie Luik, Prinsbisdom Luik
Strijdende partijen: Luikse rebellen tegen Bourgondische bondgenoten
Resultaat: Overwinning van de prinsbisschop en zijn Bourgondische bondgenoten 

Commandanten: Hendrik van Horne - Jan zonder Vrees
Troepensterkte : 50.000 (?) tegen 35.000 (?)
Verliezen : 15 à 25.000 (?) tegenover 600 (?) 

De Slag van Othée is een veldslag die plaats vond op 23 september 1408 in de omgeving van de Waalse plaats Othée tussen de prins-bisschop van Luik en zijn Bourgondische bondgenoten en Luikse rebellen. Deze laatsten leden grote verliezen door gebrek aan ervaring. 
 
In het jaar 1408 kreeg de 16-jarige Jan van Beieren de zeggingschap over het prinsbisdom Luik. Door zijn wreedaardige houding tegenover zijn onderdanen en een nakende opstand, werd hij verplicht te vluchtten naar Maastricht, dat ook deel uitmaakte van het prinsbisdom. Landvoogd Hendrik van Horne werd aangesteld om de heerschappij over te nemen, waarop Jan van Beieren zijn familie vroeg om hem ter hulp te komen. Zijn broer Willem IV, graaf van Henegouwen, zijn zwager Jan Zonder Vrees, hertog van Bourgondië en zijn neef Willem II, graaf van Namen verenigden zich en trokken richting Luik. 

De rebellerende Luikenaars vormden, met de hulp van inwoners van Tongeren, een leger van 50.000 ongetrainde strijders, onder leiding van Hendrik van Horne. Hun mankrachten bestonden uit burgerij en ambachtslieden die opkwamen voor hun rechten en vrijheden. De prinsbisschoppelijke alliantie bestond uit 35.000 geoefende militairen die aangevoerd werden door Jan Zonder Vrees, hertog van Bourgondië. De confrontatie vond plaats in de open velden tussen Othée, Rutten en Herstappe op 24 september 1408 in de namiddag. Ondanks hun strijdlust verloren de Luikenaars de veldslag door gebrek aan ervaring en lieten 15 à 25.000 rebellen het leven. Het hoofd van hun aanvoerder werd als teken van overwinning overgemaakt aan Jan van Beieren. 

Jan van Beieren zette zijn heerschappij van het prinsbisdom voort en ontnam die de inwoners van de “Vurige Stede” hun charters en vrijheden. De stad diende een schuld te vereffenen van 220.000 kronen. Door zijn heldhaftig optreden kreeg Jan I, hertog van Bourgondië zijn bijnaam Jan zonder Vrees.