Apotropaia in gebouwen

Wat is eigen aan dergelijke apotropaeïsche items verwerkt in gebouwen?
- ze komen voor aan de buitenzijde van het gebouw. Het is inderdaad de bedoeling om duivels buiten te houden en om het gebouw te beschermen, maar ook de kroost, de eigen haard, de oogst...  De uitzonderlijke voorbeelden van apotropaeïsche tekens binnen kunnen worden gelinkt met gebouwopeningen (als de schoorsteen) of zijn erg specifiek (op dak-timmerhout, als bescherming tegen brand).  
- ze zijn bedoeld voor de duistere krachten en richten zich dus (origineel) niet naar de bevolking (modillons bijvoorbeeld omkruisen meestal het koor, soms het schip van de kerk. Dit zijn de kerndelen van de kerk die het verst verwijderd zijn van de toegang, die zich veelal aan de zuidzijde bevond).
- ook al zijn ze klein hun effect wordt allicht gecompenseerd door het aantal.
- het is essentieel aan dergelijke apotropaia (zie ook de metseltekens) om te diversifiëren. De bezwerend-beschermende boodschap moet bij zoveel mogelijke duistere krachten toekomen. Waar het ene niet echt werkt, kan het andere wel effectief zijn!
- de voorstellingen zijn soms ook terug te vinden op losstaande inserties ergens in de kerkwand. Ook hier lijkt de plaats van inplanting minder gericht te zijn naar zichtbaarheid voor de bevolking. De geesten waarvoor ze zijn bedoeld zullen ze wel zien!
- vanzelfsprekend keek men ook naar andere bouwsels, trokken bouwvakkers rond en kwam men tot stijlgewoontes. Het 'mode'-aspect speelde, als altijd, mee.
- veel voorbeelden van apotropaia zijn niet beperkt tot een bepaald soort gebouwen. Vergelijkbare voorstellingen ook vaak ook voor zowel in reguliere als in seculiere gebouwen. Hier gaat het dan vooral om losstaande inserties.
- de katholieke kerk heeft vele heidense uitingen gecoöpteerd. Voor steeds meer onheilstoestanden werd een heil brengende vervangende heilige naar voor geschoven zodat de apotropaeïsche attitude van een zuiver heidens gegeven door de eeuwen heen transformeerde naar een katholiek gebeuren. Hetzelfde geldt voor tekens, waar tekens met heidense roots doorheen de eeuwen stilaan worden vervangen door christelijk gelinkte tekens.
- door deze transformatie, maar ook door een attitudewijziging bij plaatsers van tekens (men wilde dat de voorbijganger ook wel zag welke apotropaeïsche ingreep werd toegepast) komen (katholieke) apotropaeïsche voorstellingen steeds meer voor bij op zichtbare, naar de straat gerichte wanden.
- vanaf de romaanse kunst worden uitbeeldingen aan de toegangszijde van kerkgebouwen (op timpanen, kapitelen en friezen) belerend voor de veelal ongeschoolde bevolking. Resterende apotropaeïsche uitingen worden hierdoor meer naar de achtergrond verdrongen.
- de toevoeging van allerlei voorstellingen aan kapitelen binnenin het gebouw lijken eveneens eerder belerend. Men wil aan de ongeschoolde bevolking bijbelse taferelen tonen, soms ook andere verwijzingen zoals bijvoorbeeld naar de zeven hoofdzonden. Het zijn dan in beeld gehouwen propagandistische vertalingen van de bijbelse boodschap met een op angst gebaseerde dwingende ondertoon. Een vergelijkbaar beeld binnen en buiten de kerk kan dan ook een verschillende boodschap in zich dragen.