Verbindingen en vergaringen

VERBINDINGEN

Half-houtse verbindingen werden gebruikt om twee elkaar kruisende balken met elkaar te vergaren (b.v. een wandregel met een wandschoor). Daarbij werd in beide kruisende balken een keep aangebracht die tot ongeveer halverwege de balkdikte reikte. De bij elkaar aaneensluitende ‘gehalveerde’ balken hebben samen ongeveer de dikte van de oorspronkelijke kruisende balken. De verbinding werd bovendien verzekerd door een houten toognagel. Deze techniek is al in de 12de eeuw bekend.

De pen- en gatverbindingen waren in de vroege 13de eeuw bekend. Ze bestaat erin dat aan een van de balken (b.v. een trekbalk of een gebint stijl) een pen werd gezaagd. Deze pen paste precies in een open of gesloten pengat van de andere balk waarmee de verbinding gemaakt werd. In pen en pengat werd een tooggat geboord. Beide tooggaten komen niet precies met elkaar overeen. Door het inslaan van de toognagel werden beide tooggaten en dus beide balken stevig aangespannen. Voeg daar het drogen en schranken van de constructie bij het ‘zich zetten’ van het gebouw aan toe. Dan krijg je een soliede constructie die,als je ze droog houdt, eeuwen blijft staan.
 
Een lipverbinding werd gebruikt om balkfuncties te verlengen. Men voegde aan een eerste balk in de langse richting een tweede toe. Dit gebeurde met een schuine of rechte liplas in langsgerichte wandplaten. Deze overlapping werd verstevigd door twee of soms drie toognagels. Wanneer de balkdelen bovendien een trekfunctie hadden, b.v. bij een bintbalk werd de haaklas toegepast.

VERGARINGEN

Bij ‘ankerbalkgebinten’ stak de pen van de bintbalk of trekbalk door de wandstijlen heen, werd er bevestigd door een of meerdere toognagels en werd door twee houten wiggen aan de buitenkant van de stijlen verankerd.

In kop- en staartbalkverbindingen werd de verankering verzekerd door de trekbalk of gebintbalk even voor zijn uiteinde naar buiten toe te versmallen zodat er een ‘kop’ zo breed als het balkvolume aangemaakt werd. Het versmalde gedeelte werd in twee wangen bovenaan de stijl neergelaten. Deze wangen werden met pen- en gatverbindingen in de wandplaat boven de stijlen verbonden. Deze kop verankerde de trekbalk / gebintbalk in de wandstijl .

Tenslotte werd de stapelbalktechniek toegepast. Hier werd een horizontale kruising van balken (wandplaten en bintbalken) gecombineerd met een vertikale vergaring met een gebint-of wandstijl: twee tegenover elkaar staande wandstijlen mondden met pen- en gatverbinding uit in een dwarse trek- of bintbalk. Over deze dwarse bintbalk werd in de langse richting een wandplaat gekeept. In sommige gevallen werd de langsgerichte plaat met pen en gat in de wandstijlen bevestigd en werd de bintbalk dwars over de wandplaat gekeept.