Maalkruisen

In de 16de en 17de eeuw komen deze Sint-Andrieskruisen frekwent in Hasselt voor (maar ook elders in Europa). Ze structureerden de wanden zowel voor de gesloten wanden als voor borstweringen: Gesloten wanden werden in de 16de eeuw in de regio door kleine of middelgrote kruisen gestructureerd, soms voorzien van bijkomende kruisende wandregels. Ze werden vermoedelijk in de tweede helft van dezelfde eeuw of begin 17de eeuw soms zeer decoratief uitgewerkt door binnen een vierkant een soort ruitvorm aan te brengen met schuine schoortjes en door binnen deze ruitvorm een Sint-Andrieskruis in te bouwen.
In de 15de en wellicht vroege 16de eeuw werden voor het maken van borstweringen korte schuine schoorbalken ingebouwd. In de tweede helft van de 16de of vroege 17de eeuw werd een zeer klassiek patroon voor het maken van borstweringen toegepast dat erin bestaat de twee onderste wandregels te structureren als een dubbele reeks Sint-Andrieskruisen gescheiden door tussenstijltjes. Telkens werden de verbindingen gerealiseerd met pen- en gatverbinding.
 
De toepassing van maalkruisen in gevels is als hoger gesteld deels te verklaren op basis van stabiliteitsgronden: nl. de windverbanden. Wat wel opvalt is dat de maalkruisen meestal zijn gevat tussen de horizontale stijlen terwijl ze als zuiver windverband logischer tussen de dragende verticale stijlen zouden geplaatst geweest zijn. De toepassing van St-Anderieskruisen komt meer voor in zichtgevels, terwijl schuine schoren worden toegepast in andere gevels. En waarom zo nadrukkelijk maalkruisen toepassen? Net als bij andere tekens in gevels lijkt het een balanceren op de scheilijn tussen het decoratieve, trendgerichte en anderzijds een algemeen verspreide apotropaeïsche reflex.

Vakwerkbouw-maalkruisen

Maalkruisen in Loon (Limburg)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
.