De Timmerman‎ > ‎

Apotropaeïsche motieven

Zoals hoger aangetoond zijn schuine verbindingen als windverband in de gevels van vakwerkconstructies slechts in erg beperkte mate technisch noodzakelijk. De verdere vormelijke invulling van de gevelvakken (met vooral verticale en horizontale structurele balken) is dan ook niet echt technisch bepaald. Er is met andere woorden ruimte voor een geïndividualiseerde invulling. Mode en lokale gewoonten kunnen hierbij een rol spelen.
In heel wat gevels herkennen we figuren die we ook terugvinden in andere apotropaeïsche geveltoepassingen zoals metseltekens en smidsetekens...
De opmerking gemaakt bij muurankers wordt ook hier hernomen. Qua interpretatie blijft het inderdaad altijd dansen op de vage scheiding tussen esthetische/creatieve/toevallige vormen versus apotropaeïsche. Net als elders op de site wordt ook hier herhaald en toegegeven dat de apotropaeïsche interpretatie niet kan worden bewezen met geschreven stukken. Het geheel speelt zich inderdaad af in de volkse orale overleveringscultuur. Vandaar dat een analyse en interpretatie wordt getoest met technische aspecten, gesteund op zoveel mogelijk voorbeelden en vergelijking met andere, zowel als apotropaeïsch gekende voorbeelden.
Voor houtskeletbouw is het duidelijk dat lokale trends op dit vlak belangrijk zijn. Wat natuurlijk niet uitsluit dat er al dan niet latent soms apotropaeïsche motieven mee gepaard konden gaan...