Westertoren = vluchttoren

In de vaak woelige tijden van het Ancien Regime was een kerk meer dan een gebouw voor religie alleen. In de meeste Loonse gemeenten was de kerk het eerste stenen gebouw en daardoor per definitie een toevluchtsoord. Zeker in de Kempen bepaalde de parochiekerk het dorp, niet het kasteel. Veel van de oudste kerken zijn trouwens gebouwd door de plaatselijke heren die op hun domein een kerk lieten bouwen, zelf een priester aanstelden om zo hun zieleheil af te kopen en prestige te winnen.
De gemeentelijke archiefkist (gemeynte compe) het gemeentegeld en de alarmklok kwamen in de toren.

Zeker de westertorens zijn in heel veel gevallen opgetrokken als echte versterkingen:
- zij zijn extra hoog met uitzicht over de wijde omgeving: ongewenste personen kunnen al van zeer ver worden opgemerkt.
- de muren zijn zeer dik en meer dan tegen ‘een stootje’ bestand.
- de noodklok weergalmt tot buiten de grenzen van de gemeente bij ieder alarm
- veel westertorens waren origineel enkel voorzien van kleine lichtspleten, zeker bruikbaar als schietgat. 
- vaak was er enkel een toegang tot de westertoren van in de kerk en dan nog op verdiepingsniveau (met een ladder). In een aantal kerken is er nog steeds geen toegang tot de westertoren van buitenaf. Pas in de late 18de eeuw werden de meeste torens open gebroken voor een gelijkvloerse toegangsdeur.
- heel veel openingen in oude torendelen komen nu nog steeds duidelijk over als schietgaten.