Schanshuis-Portiershuis


Bij de organisatie van schansen lijkt een permanentie erg belangrijk. Iemand moet een oogje in het zeil houden, de schans bewaken en ’s avonds de toegang afsluiten. Het schansreglement van de Brelaarschans in Houthalen verwijst rechtstreeks naar een portier en een poorthuis: de portier zal toezicht hebben op de poort en toezien wat de schansgezellen leggen en hangen en dat ze geen hout kappen. Bevindt men hem in fout, zal men hem dadelijk zijn dienst mogen opzeggen, wegjagen en de poort achter hem sluiten. Het schansreglement van Moesel (Weert-NL) stelt: De wachtmeesters zullen vooral de toegang in het oog moeten houden en deze gesloten houden.

Wanneer een bende huurlingen zich zou verschansen op een schans wordt de heerdgang inderdaad dubbel getroffen. De omwonenden kunnen zich niet meer verschansen terwijl net de vijand daar veilig zit en vanuit die comfortabele positie de omgeving kan terroriseren. Dit moet op termijn aanleiding geven tot het bouwen van een meer solide en bewoonbaar schanshuis met permanente bewoning. In latere periodes zal dit allicht verstenen. Wanneer men de schansen bekijkt in de Atlas van de Buurtwegen (ca. 1845) zijn een groot aantal van schansen voorgesteld met één gebouw bij de toegang. Allicht gaat het hier telkens om het portiershuis of een opvolger ervan.
De oudst vermelde schansportier of portarius van de schans van Schoot (Tessenderlo) was Jan Claes. Zijn vrouw Maria Van de Ven stierf op 24 maart 1633.

In 1630-31 werd op de Houterschans te Wijchmaal een pastorie gebouwd die ook dienstig was als schanshuis en schoollokaal. In 1641 werd Vaes Hellinx genoemd als portier van de Dorner schans (Opoeteren). Jan Hennen woonde in 1649 op de Sledderloschans (Genk). Anna Clonen laat op 29 november 1646 een testament optekenen ten voordele van haar dochter Angela Van de Ven, verblijvend op de schans van Schoot. In 1679 wordt Cornelis Dingens als vaste bewoner op de Dorpsschans van Genk vermeld. In 1714 werd het portiershuis van de Lechtenschans (Bocholt) verhuurd. In 1725 werd op de Kelbergenschans (Schaffen) een vervallen stenen schanshuis afgebroken. In 1780 is er op de Gooreschans in Lummen sprake van een 'af te breken bouwage, en mee te nemen materialen'. Lemen huizen met een houten draagstructuur waren door hun wijze van constructie 'roerend' en dus verplaatsbaar.