Labyrint en doolhof

foto: labyrint van de kathedraal van Chartres 

Een labyrint heeft maar één gang, waarin diegene die loopt vanzelf wordt begeleid naar het eindpunt. Hierbij is het afleggen van de weg belangrijker dan het bereiken van het doel. Bij een doolhof is het de bedoeling om via een dubbelzinnig gangensysteem een bepaald punt te zoeken (het middelpunt of de uitgang). Doolhoven zouden historisch gezien slechts een vijftal eeuwen oud zijn en alzo een latere fase in de evolutie van labyrinten.
Het labyrint is een oer-oud symbool dat bij tal van oude volkeren is terug te vinden. Het combineert de beeldrijkdom van cirkels en spiralen tot een meanderend, maar doelgericht pad. Labyrinten hebben dan ook vaak tot doel een spirituele weg naar de sacrale ruimte van ons diepste innerlijk, fysiek voor te stellen. Een weerspiegeling van de levensweg, die steeds als men denkt het doel te hebben bereikt, plots een andere richting inslaat, met zelfs heel wat 180° wendingen. Een labyrint is dan ook géén doolhof met dode eindpunten, trucjes of valse wendingen. Er is bezinning en doorzettingsvermogen nodig het doel te bereiken, maar geen intellectueel probleem dat dient opgelost.

Veel middeleeuwse kathedralen en kerken hebben labyrinten in de vloertegels verwerkt. Het gebruik ontstond in Italië in de twaalfde eeuw en vond sterke navolging in Frankrijk in de 13de eeuw. Het labyrint vormde een contemplatieve pelgrimsroute op kleine schaal. Vaak werd het traject geknield afgelegd.
Enkele voorbeelden zijn: de kathedralen van Chartres, Amiens, Arras, Reims, Toulouse, Keulen, de kerken van Maastricht (NL), St-Bertin, St-Omer, Guingamp, St-Quentin, Sens (Fr), Ely en Alkborough (GB), Ravenna en Aquiro (It), Al Asnam (Algerië). 

In België zijn er labyrinten in de basiliek van O.L.V van Hanswijk te Mechelen, de Heilig-Hartkerk te Turnhout, het stadhuis van Gent. De toepassing in een seculier gebouw is erg ongewoon maar het labyrint in het stadhuis grenst mits een opengewerkte wand aan de kapel van de schepenen.
Voorbeelden van labyrintvoorstellingen werden gevonden in Rathmore (Ireland, in steen gekerfd), in Sedona en Angel Valley, Mago Ranch, Village of Oak Creek, Cornville (met uitgelijnde stenen), maar ook op muntstukken, sluitstenen, vloertegels, tuinaanleg... Voorstellingen komen voor gerkerfd in steen, afgebeeld in oude manuscripten. In Arizona weefden oude indianen labyrintmotieven op hun draagtassen. Ze komen voor in oude Keltische voorstellingen In Cornwal. Een specifiek type labyrint is de Trojaburg, dit type komt al zo'n 2500 jaar voor.
 
Maar net als bij andere apotropaia is een labyrint een sterk symbolisch beladen motief dat hierdoor potentie heeft om te worden toegepast met bezwerend-beschermende bedoelingen. Het labyrint kan ook werken als een val om boze geesten te vangen. Of je kan het beschouwen als een spel (denk ook aan gezelschapsspelen als het Ganzenbord, Monopoly, Doolhof...) dat de aandacht van de demonen afleidt van hun eigenlijke intenties: kwaad aanrichten...
Dat er reeds een behoorlijk lange en verspreide traditie is voor het gebruik van labyrinten voor apotropaeïsche doeleinden wordt bevestigd in de onderzoeken van Jef Saward (Essex, GB). Hij verwijst naar mosaiek-labyrinten in romeinse gebouwen (waarbij er een aantal geplaatst zijn juist in de eerste vloerzone van de toegang tot gebouwen), labyrinten gevormd met rijstmeel op deurdrempels in India, kiezelsteen-mozaiek labyrinten voor 16de tot 18de eeuwse kerken in Bilbao (Esp), en keienlabyrinten in Scandinavië.
 

Voorbeeld van een apotropaeïsche toepassing in België is allicht het labyrint van Sint-Huibrechts-Hern. Ook in Zuienkerke bevindt zich een labyrint.