Ruitkruisen


Wanneer 5 ruiten worden gecombineerd tot een kruisvorm spreekt men van een ruitkruis of ook wel toverknoop’. Toverknopen hadden een element van oneindigheid (de lijn loopt oneindig door). Via overlevering is dit teken gekend als middel om onheil af te weren.
Als eeuwigheidssymbool is het ook terug te vinden in boeddhistische en hindoeïstische culturen.  Ook in Keltische ornamenten komt dit voor, op oosterse tapijten en als versieringselement in volkskundige huisraad. In diverse ornamenten kwam het motief, vaak veel verfijnder, voor. In metselwerkverbanden is men veel meer gedwongen om te stileren.
Maar de aanwending als metselteken lijkt toch beduidend jonger dan het Calvariekruis en de andere ruit/maalkruiscombinaties.
In het onderzoeksgebied komt de toverknoop pas voor vanaf de tweede helft van de 16de eeuw. Het is ook enkele malen terug te vinden in de vorm van een Tau-kruis (dus zonder de bovenste ruit).
foto: France, Aisne, Thiérache, Eglise de Crupilly
 
In extensie komt de figuur eveneens voor met 13 ruiten. De associatie met een kruis is dan verloren, de oneindige lijn blijft. De toverknopen hebben door hun omvang toch ook wel een behoorlijk decoratief gehalte.

 

De periode van gebruik lijkt dan ook samen te vallen met het harticoon in een periode van afname van de symboolwaarde en toename van het decoratieve, mededelende. In dat opzicht staat het ruitkruis samen met het hart symbool van de tweede generatie. Door te gewagen van een ruit-'kruis' (en een Tau-kruis) gaat men het oeroude symbool ook verchristelijken, net zoals dit voor het hart het geval is.
 
 
 foto rechts: Wezemaal, Norbertijnenpastorij, toegangspoort
 
 
 
Foto links: Zonhoven, Kapel Ten Eikenen, variante van het ruitkruis in het glasraam. 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
                    vorige pagina                            volgende pagina