Odal


‘Odal` (ook wel `Othalan`, `Othala` of `Odhil`) is de laatste en vierentwintigste rune van het oude futhark. De rune betekent `eigendom`. De rune staat symbool voor de status quo van bezit, familie en (rol in) de gemeenschap. Een teken ter bescherming van huis en hof dat enkel mocht gevoerd worden door vrije boeren.
Het Odal (teken in de vorm van een Griekse omega) lijkt dus wel te staan voor erfgoed. "Bescherm (het vrije) huis en hof"?
In het site-deel Bijgeloof is hier nog verder over uitgewijd.

 

Wanneer je twee odal-figuren naast mekaar plaatst komt men tot een figuur die ook kan worden gezien als een hart met twee doorboringen. Maar dezelfde vorm komt ook voor bij krakelingen. Krakelingen waren mogelijk Germaanse offerkoeken, in de middeleeuwen het vastenbrood van kloosterlingen.  Het zijn koekjes die nog steeds bestaan. Door de dubbele vorm ziet men er ook een verwijzing in naar begin en einde van het leven.
 

Omgekeerde V

Het voorkomen van een aantal ‘omgekeerde V’s’ is niet echt voor de handliggend als teken. Maar zeker als men het teken voorkomend in Tongerlo en Diest bekijkt, is de vergelijking met een gestileerde hoofdletter omega (odal) niet ver weg. Deze tekens thuis brengen in de Odalfamilie lijkt dan ook niet echt onlogisch. 

 

MT-Odal