De Metselaar‎ > ‎Oorsprong-doel‎ > ‎Analyses‎ > ‎

De vuurslag: Bourgondisch?

De voorstelling van een vuurslag komt bij de metselaarstekens in beperkte mate voor (op ca: 1% van de gebouwen). Heel wat mensen maken de link met de Bourgondiërs die zich het symbool ook toe eigenden. In zijn boek: Metseltekens in West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk omschrijft Geert Hoornaert dit. Op sites als Widopedia wordt dit ook zo vermeld. Vandaar navolgende analyse.
Metselaarstekens zijn vast en zeker louter het initiatief van de metselaar. Zoals tekens op muurankers smidstekens zijn, louter initiatief van de smid, net zoals tekens aangebracht door de timmerman of soms de pleisteraar of… Zij zaten allemaal in dezelfde leefwereld waar om iedere hoek wel een of andere vorm van onheil op de loer lag. Er was geen opdracht, ze deden het gewoon, ze brachten apotropaia aan als er de kans toe was en met middelen die voorhanden waren. Als er geen stenen van afwijkende kleur aanwezig waren…waren er geen metselaarstekens… Op protestantse gebouwen was er een verbod om symbolen te plaatsen, vandaar dat ze daar quasi niet voorkomen.

Verder is er een duidelijke evolutie in tijd. Voor 1500 zijn de tekens zuiver apotropaeisch en bedoeld tegen onheilsgeesten. Nadien verandert de attitude van de metselaar. Hij wil aan de voorbijgangers laten zien dat hij bezwerende tekens plaatst. Vandaar dat op die latere gebouwen metselaarstekens quasi louter voorkomen in de voor de voorbijgangers zichtbare geveldelen. Zoals ook de nog latere gevelkapellen… Hierdoor wordt het decoratieve aspect geleidelijk aan belangrijker. Ten slotte is er een derde ‘neo’-periode waarbij het decoratieve de overhand neemt. Voor gebouwen tot de eerste helft van de 20ste eeuw geloof ik dat de apotropaeische bedoeling latent aanwezig blijft. Nadien wordt het louter decoratie. 

Een vuurslag was een metalen hulpmiddel om vonken te slaan ten einde een vuur te kunnen aansteken. Het was dan ook als symbool bekend als een afweerteken tegen bliksem. Aangezien vuurslag-metselaarstekens slechts op ca. 1% van de gebouwen met metselaarsfiguren voorkomen is het is belangrijk het hele plaatje te bekijken en niet de ‘uitzondering’ (wat niet wil zeggen dat die er niet kan zijn). De apotropaeische bedoeling ligt dan ook als eerste voor de hand.

Bij de voorstelling van vuurslagen zie je vaak de combinatie met een Andrieskruis. Dit toont toch eerder een link met afweer tegen bliksem: ‘pas op voor de gensters’?!! (X). Je kan ook vergelijken met donderbezemtekens die vooral in centraal-oost Nederland en Nordrhein-Westfalen voorkomen als metselaarsteken, maar ook als smidsteken op muurankers, en gekend zijn als bliksem werend. Mede door de aanwezigheid van dat Andrieskruis ligt de band met Bourgondië niet zo voor de hand. Toegegeven, op het kasteel van Rumbeke staan vuurslag en Andrieskruis gescheiden boven mekaar en de combinatie is niet altijd aanwezig. 

Wanneer je de hele verzameling vuurslagtekens bekijkt (en de neo-tekens ter zijde laat) zijn er toch behoorlijk wat gebouwen waar de link met de Bourgondiërs erg moeilijk (of niet) te leggen is. En indien het een verwijzing naar de Bourgondiërs zou zijn, waarom komen deze vuurslag-metselaarstekens dan niet voor in andere streken waar de Bourgondiërs ook hun invloed lieten gelden? Tenslotte kan er worden opgemerkt dat niet enkel de Bourgondiërs de vuurslag als symbool aanwendden maar ook tal van schuttersgilden.


De symboliek is verwant, maar verloopt eerder parallel, niet van metselaarstekens naar Bourgondië. Men putte uit een zelfde vaatje van (oer-)symbolen.

Er komen echter ook een aantal wapenschilden of emblemen voor als metselaarsteken (ca. 0.8%) waarbij de verwijzing naar de ‘sponsor’=beschermheer (=apotropaion) wel zonder twijfel vertrekt van een wereldlijk gegeven eerder dan van geestgerichte symboliek. De vuurslagen op de Amsterdamse of Spaarnewouderpoort in Haarlem (NL - Noord Holland) sluiten hierbij aan en vormen in dit verband een uitzondering. Het gaat hier niet om klassieke metselaarstekens maar specifiek om in combinatie met natuursteen uitgewerkte motieven zowel van de wapenschilden van Haarlem en Oostenrijk als van Bourgondische vuurslagen. Gezien de poort is gebouwd in de (eind-)periode van de Bourgondische overheersing is hier wel eerder sprake van een eerbetoon, een rechtstreekse verwijzing. In dit voorbeeld zitten de geest-gerichte apotropaia in de tussenin liggende andrieskruisen.