De Metselaar‎ > ‎Analyse van tekens‎ > ‎

Tekentypes

In mijn visie vormen een aantal tekentypes de basis voor de metseltekenboodschap. Gezien de tijdsspanne waarin ze worden toegepast, de inbreng van verschillende uitvoerders maar ook het decoratieve aspect worden deze tekens op specifieke manieren gecombineerd, geïnterpreteerd en aangepast. Zo betekent een verdubbeling (verdriedubbeling…) van een teken of een combinatie van verschillende tekens een versterking van de boodschap via een persoonlijke inkleuring door de metselaar.

Hierna wordt echter eerder uitgegaan van hoofdtypes, families waarachter een gelijkaardige boodschap wordt vermoed. Heeft het inderdaad zin om telkens meer subcategorieën te gaan definiëren als men niet echt zeker is dat het subteken wel afwijkend bedoeld is en bovendien nog volledig intact? Immers, zelfs binnen eenzelfde reeks tekens vindt men quasi geen identieke kopijen terug. 

Een belangrijk type dat deze redenering verder kan ondersteunen, is het Calvariekruis. Dit teken komt in het metseltekenverhaal vaak voor, tot het begin van de 17de eeuw. In Noord-Frankrijk en Wallonië komen ze nog later voor. Quasi alle voorkomende kruisen zijn geplaatst op een voet die verwijst naar de bijbelse Calvarieberg. De opbouw voet – staaf – kop komt nog in tal van artefacten voor: grafkruisen, de monstrans, het perron, notarismerken...
Het kruis zelf komt bij de metseltekens in tal van vormen voor. Een kruis met centrale bol (zon?) verwijst naar een
Keltisch kruis. Een dergelijk kruis kwam reeds in 3000 v.C. voor op aardewerk in Mesopotamië en de westelijke Karpaten. Via de lange afstandshandelsroutes van de prille bronstijd verspreidde het zich naar het westen, en was ondermeer populair op het metaalwerk van de bekervolkeren. Na de bronstijd verdween het op de meeste plaatsen, maar in Ierland kon het overleven. Kennelijk sprak het uiteindelijk zozeer tot de verbeelding dat het uitgroeide tot hét symbool van de christelijke Kelten. Vanaf de 4de eeuw werd dergelijk kruis een meer algemeen symbool voor het christelijke geloof. De verspreiding hiervan dient niet te worden onderschat. Ook bij de triomfkruisen kwam dit voor van Spanje tot in Denemarken. Zelfs heel veel oorlogsgraven uit de eerste wereldoorlog zijn nog voorzien van Keltische kruisen, soms ook runenkruisen genoemd.
 
                               
     
 
Klik op de figuren om te vergroten
Het kruis is het universele teken van het christendom, het symboliseert de overwinning op de dood. In het christelijk denkpatroon horen daar ook de machten van onheil, zonde en verderf bij. Wanneer men kijkt naar oude grafzerken vindt men daar ook discoïdale vormen terug. Voor zover dit bekend was is de vormgeving van de bovenste rij tekens van het rechtse schema, verklaarbaar en tevens thuis te brengen in de reeks calvaries.
Wanneer men de calvaries naast mekaar stelt, is het duidelijk dat het hier niet gaat om verschillende boodschappen. De boodschap is dezelfde: het kruis overwint onheil, tegenspoed en verderf, maar wordt verpersoonlijkt met kleine accentverschillen hoofdzakelijk door wijziging van de kruisvormen, de nodus of de grootte van de voet. De detailvariatie is zelfs dermate groot dat men quasi geen identieke Calvariekruisen terug vindt.

 

Vorige pagina                                        Volgende pagina