De Metselaar‎ > ‎Analyse van tekens‎ > ‎

Symboliek

Als men al deze tekens samen met de metseltekens analyseert, vindt men tekens terug die ook voorkomen in Keltische, Romeinse en Germaanse ornamenten. Ze lijken dan ook hun oorsprong te vinden in de meltkroes van (mythisch) bijgeloof (volksgeloof) met elementen van diverse culturele oorsprong. Deze rudimentaire symbolen waren ook niet exclusief afkomstig van één bepaalde cultuur. Het ‘Gebo’-teken bijvoorbeeld (X - ‘maalkruis’) gekend als runenteken, werd gecoöpteerd door of liep parallel met het katholieke Andrieskruis, waarmee het vorm en betekenis deelt.
 
 
De verspreiding en de frequentie van voorkomen tonen aan:
 
1.  dat het gaat om tekens die gekend waren door een groter deel van de bevolking, minstens in gans West-Europa. Betekenissen kunnen dan ook niet anders dan los staan van het gebouw en/of de opdrachtgever. 

2. dat het idee dat het zou gaan om geheime tekens een hedendaagse romantiserende inkleuring is. Wie gaat welke geheime boodschap, metersgroot, zichtbaar voor iedereen, verspreid over gans West-Europa, weergeven?

3. dat kennis van een teken niet per definitie inhoudt dat de betekenis even duidelijk is afgelijnd als deze van bijvoorbeeld een letter uit het alfabet, wat voor ons de tekens wel 'geheimzinnig' maakt.
4. dat in een ongeletterde gemeenschap (à 14de eeuw) het inderdaad onwaarschijnlijk is dat ieder teken een specifieke boodschap zou mededelen (er zijn veel meer tekens en tekencombinaties dan letters in het alfabet, zie het Calvarievoorbeeld),

5. dat het dan ook zeker gaat om een algemene boodschap eerder dan om een specifieke,  

6. dat de plaatsing van metseltekens een vanzelfsprekendheid lijkt. Het woordt gedoogd. Er is geen opdracht.
7. dat de variatie van tekens dermate groot is, dat er voor een aantal tekens geen algemene verklaring te vinden is, maar ook geen specifieke. Men kan zich afvragen of er wel steeds een ‘boodschap’ is.
8. Er zijn geen geschreven verwijzingen terug te vinden. Betekenissen moeten dan ook worden gezocht in de toenmalige orale volkscultuur en het volksgeloof.
 
foto: Diest: oorspronkelijk Augustijnenkerk (Sint Brabara) 1656-1667, nadien kruisherenklooster: barokkerk met hartmotief doorboord door twee pijlen in de voorgeveltop
 
 
In een grotendeels analfabete samenleving hebben betekenisgeladen tekens zeker veel mensen aangesproken. De tekens horen dan ook thuis in het volks (bij)geloof waar ze allicht enige mysterieuze sfeer meedroegen. Ze bleven bestaan naast de leestekens. Deze laatste kenden een enorme verspreiding na de uitvinding van de boekdrukkunst. De kennis van ‘mythische’ tekens gebeurde via overlevering wat kon leiden tot interpretatieschommelingen en wijzigingen van betekenis, lokaal of in tijd.
 
Dit maakt het achterhalen van een echt sluitende betekenis erg moeilijk. Maar is die er wel? Moeten we dan ook niet naar een rode draad zoeken en het daar maar bij laten? Gewoon omdat de vastomlijnde betekenis die wij binnen ons hedendaags verwachtingspatroon geneigd zijn te zoeken, er op enkele uitzonderingen na niet is…. Maar ook omdat de tekens een creatieve uiting zijn, balancerend in de tussenzone tussen symboliek en loutere decoratie. Soms is de symboliek meer herkenbaar, soms evolueert ze in tijd, soms verdwijnt ze meer in de metselaarscompositie.
 
vorige pagina                                    volgende pagina