De Metselaar‎ > ‎Analyse van tekens‎ > ‎

Apotropaeïsche symbolen

Metseltekens, een apotropaeïsche reflex in een natuurgodsdienstig kader
(zoektocht naar verklaring voor de metseltekens via de tijdsgeest, de orale cultuur)
 

Tot en met de 19de eeuw eeuw leefde de grote meerderheid van de Europeanen in een statische agrarische maatschappij en volgde men de cadans der seizoenen. Steeds heeft de mens ernaar gestreefd zijn mysteriebeleving, zijn religiositeit, rituelen en liturgie te projecteren in zijn natuurlijke werkelijkheid. Toen de kerstening in West-Europa een aanvang nam bestond er hier een dergelijke natuurgodsdienst.

De gesymboliseerde en uitgebeelde ideeën der natuurvolkeren, onder wie de Kelten en de Germanen, overleefden niet alleen in het oraal overgeleverde volksgeloof. Zij nestelden zich ook in de middeleeuwse literatuur en iconografie, zij werden geabsorbeerd in de legendarische passages in de populaire heiligenlevensbeschrijvingen, zij verstolden in de folklore en zijn door de Roomse Kerk christelijk verpakt en als zodanig in eigen beelden gecodeerd. Vele christelijke heiligen en christelijke feesten gaan terug op natuurgodsdienstige goden en rituelen. Men kan stellen dat de vorm van de symbolen en de riten veelal dezelfde bleef, de betekenisinhoud evenwel veranderde naargelang de culturele context. Met andere woorden de nomina (namen) zijn veranderd, maar de numina (heilige krachten) zijn wezenlijk gelijk gebleven.

 

In een tijd waarin de rechtspraak nog klassengebonden was, waarin geen sociaal vangnet bestond en er geen wetenschappelijke hulpmiddelen of degelijke verzekeringsstelsels voorhanden waren, was er geen andere uitweg over dan het inroepen van hulp van bovenaf. Niet enkel tegen ziekten werden heiligen aanroepen, maar ook tegen allerlei plagen, ongelukken, natuurrampen, ongemakken of gevaren. Het inroepen van de hulp van de zogeheten beschermheiligen vormde naast de verering van de geneesheiligen dan ook een niet te onderschatten onderdeel van de volksdevotie. Die kende nog een andere belangrijke pijler, ontstaan uit het gebruik van middeleeuwse ambachtslieden om zich te verenigen in gilden onder de bescherming van een heilige. Deze schutspatronen en -patronessen kunnen tot de derde grote groep heiligen worden gerekend wier verering eeuwenlang van belang was in onze streken. De keuze van een bepaalde beschermheilige tegen een of andere ramp of ongeluk ging terug op een feit uit diens vita of legende, op de manier waarop hij werd afgebeeld, op zijn (martel)dood of op een mirakel dat hij had verricht.

 

Het kader waar binnen deze duizenden volkse heiligen functioneerden was apotropaïsch: het draaide allemaal rond een bede tot bescherming, een afwering tegen onbekende krachten. Maar ook de gedragen insignes, metseltekens, wolfseinden op daken, figuren op pannendaken, smidsetekens op gevelankers zijn uitingen van diezelfde apotropaeïsche reflex...

 
                                             
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Voor een database van insignes, zie:
 
 
 
In de late middeleeuwen vormt het betekenisdragende sieraad of 'insigne' een belangrijk aspect van de beeldcultuur. Lieden van alle rangen en standen tooiden zich met hetzij goedkope, hetzij uiterst kostbare spelden ('enseignes') en hangers, waaraan door de drager en beschouwer een meerwaarde werd toegekend. Uiteraard speelde, en speelt tot op de dag van vandaag, het statusaspect een grote rol: welstand was letterlijk afleesbaar. Maar de betekenis en beladenheid van sieraden, en dus van het dragen ervan, lag echter vooral op een ander vlak. Dit impliceert de feitelijke onjuistheid van de gebruikte term: de primaire functie van het 'sieraad' was niet sierend, maar apotropaeïsch: om kwaad te weren en geluk te brengen. Anders gezegd, het ging om amuletten in zeer brede zin van het woord, waarbij sterk uiteenlopende aspecten de boventoon konden voeren. Voor de middeleeuwer was de primaire functie van religieuze en profane, van christelijke en niet-christelijke insignes niet wezenlijk verschillend.

 

Bij concrete Germaans-Keltische beelden, symbolen, mythen en rituelen moest de volksmens evenwel herkenbare abstracte lering ontberen. Alles werd oraal over geleverd, zodat de werkelijke betekenis van zijn religieus denken en handelen overwoekerd en vergeten raakte. Bovendien stelde de Roomse kerk gedurende eeuwen alles in het werk om de heidense erfenis verder in een christelijke vorm te gieten. Het protestantisme probeerde op zijn beurt heel wat van die symboliek uit te wissen. Verder speelde de Franse Revolutie een belangrijke rol bij de afbouw van de heiligenverering. Onder druk van de overheid werden vele verenigingen afgeschaft, wat leidde tot het verdwijnen van gildealtaren en -kapellen in de kerken. De sociale emancipatie en uitbreiding van de schoolse opleidingen zorgden voor een verdere ontvoogding. Werknemers werden almaar beter beschermd door sociale wetten en verenigden zich in vakbonden die de belangen van hun leden verdedigden.

 

In de hedendaagse geseculariseerde maatschappij is - op enkele uitzonderingen na - de typische apotropaïsche reflex verdwenen, is de verering van beschermheiligen compleet in onbruik geraakt. Wat alles te maken heeft met de technische. wetenschappelijke en sociale vooruitgang die zo kenmerkend is geweest voor de tweede helft van de 20ste eeuw. De opbrengst van onze oogst wordt verbeterd met kunstmest, insecten worden met chemische middelen bestreden, tegen ongelukken of rampen zijn we verzekerd, bij psychische problemen wordt een therapeut geraadpleegd ... Wie heeft, met andere woorden, nog de tussenkomst van een beschermheilige nodig? Of een metselteken op de gevel om zijn gebouw, familie of goederen te beschermen?
 
Voorbeelden van nog min of meer bekende apotropaeïsche reflexen:
- grootmoeder sloeg altijd een kruis op het brood vooraleer het werd aangesneden.
- Palmtakjes werden op Pasen gezegend en gebruikt als stal- of huiszegen.
- Kroedwusj of kruidenwissen
- Krakelingen waren mogelijk Germaanse offerkoeken, in de middeleeuwen het vastenbrood van kloosterlingen. De vorm is nog steeds bewaard in de tegenwoordige koekjes.
 
                                                                            vorige pagina                                            volgende pagina
 
Deze tekst is gedestilleerd uit:

De Keltische erfenis, Riten en symbolen in het volksgeloof, Eddy Valgaerts en Luk Machiels, Stichting Mens en Cultuur Gent, 1992.

Geneesheiligen in de Lage Landen, Uitgeverij KOK, Davidsfonds Leuven, Jo Claes, Alfons Claes, Kathy Vincke, 2005

Beschermheiligen in de Lage Landen, Uitgeverij KOK, Davidsfonds Leuven, Jo Claes, Alfons Claes, Kathy Vincke, 2006

Sanctus, Meer dan 500 heiligen herkennen, Uitgeverij KOK, Davidsfonds Leuven, Jo Claes, Alfons Claes, Kathy Vincke, 2006

Geloof en geluk, Sieraad en devotie in Middeleeuws Vlaanderen, Jos Koldeweij, Terra Lannoo, 2006.