De levensweg

Vrij parallel aan het metselaarsteken-fenomeen wordt in de literatuur vooral een analyse verricht van de groteske afbeeldingen zelf (identificatie en/of categorisatie), echter zonder veel aandacht aan het waarom of de rode draad in de toepassing ervan. Hierop wordt wel ingegaan door o.a. Joke en Ko Lankester in hun boek: de groene man & de groene vrouw . Niettegenstaande hun focus op de groene man wordt toch een algemenere visie op bestaansredenen van de grotesken omschreven. Deze visie wordt hieronder samengevat.  

In de vroege Middeleeuwen geloofde vrijwel iedereen in het bestaan van fantastische wezens. Ze waren beschreven in de oudheid en/of werden zelfs in de bijbel genoemd. Draken, basilisken, centauren, eenhoorns, griffioenen, sfinxen en andere vreemde wezens werden veelvuldig afgebeeld in bestiaria. Veel wezens bleven onnoembaar samengesteld uit merkwaardige lichaamsdelen.
Romaanse afbeeldingen in kerken en verluchte manuscripten voeren de toeschouwer mee naar een wereld waarin alles mogelijk is: een wereld waarin Christus, Maria, heiligen, engelen en bijbelse figuren, maar ook vreemde onberekenbare wezens je pad kunnen kruisen. Van heiligen werden wonderbaarlijke verhalen verteld die door de moderne mens als didactische verzinsels worden afgedaan. Voor middeleeuwers waren die verhalen een werkelijkheid, omdat de wereld als een vat vol onbegrijpelijke tegenstrijdigheden werd gezien. Wie na zijn dood niet in de hel wilde belanden, moest tijdens zijn leven zelf zijn weg zoeken in die chaos. De kerk kon hierbij een leidraad aanreiken, maar de afbeeldingen zijn zelden eenduidig of moralistisch. Veel interpretaties zijn mogelijk. Maar een belangrijk thema lijkt te zijn dat het heilige zich openbaart waar de vertrouwde wereld wordt open gebroken en de grens tussen mens, dier en vegetatie wegvallen. Je moet je weg vinden in een verraderlijke wereld waar niets is wat het lijkt, het onmogelijke denkbaar wordt en bestaande normen en waarden niet lijken te gelden... 
Grotesken zijn terug te vinden op: reliëfs, sluitstenen, doopvonten, portalen en timpanen...

In de gotische periode wordt deze traditie verder gezet. Het is onjuist deze groteske wereld als heidens te bestempelen. Vele voorstellingen zijn inderdaad ouder en hebben niet-christelijke wortels. Maar hier is het net de Roomse kerk die binnen haar kerken de groteske voorstellingen nieuw leven in blaast. De wereld van de grotesken lijkt een leemte op te vullen naast de officiële leer van het christendom (een existentieel antropologisch hulpmiddel in veranderende tijden?). Deze leemte werd gekoesterd en gecultiveerd tot in de hoogste kringen, maar zonder verdere absorptie in de christelijke leer. In dit kader is inderdaad geen plaats voor afwijkende interpretaties.
Grotesken worden nu ook afgebeeld op: gotisch maaswerk, sluitstenen, koorbanken, grafstenen, fonteinen, paleizen...

In renaissance en barok nemen grotesken een belangrijkere plaats in dan ooit tevoren. Ze komen nu voor ook op meubels en gebruiksvoorwerpen, maken deel uit van interieurs, komen voor op fonteinen, bruggen en openbare gebouwen...


Het waarom (inl.)              Het waarom (1)                 Het waarom (2)               Het waarom (3)