1467: Brustem

Datum: 28 oktober 1467
Locatie: Brustem
Resultaat: Bourgondische overwinning

Casus belli: Weerstand tegen de Bourgondische gebiedsuitbreiding na het overlijden van Filips de Goede
Territoriale veranderingen: Luik moet Karel de Stoute wederom als landsheer erkennen 

Strijdende partijen :  Bourgondië tegen Prinsbisdom Luik
Commandanten : Karel de Stoute tegen Raes van Heers
Troepensterkte : 25.000 man tegen 12.000 man waaronder 500 ruiters
Verliezen : 4000 doden 

De Slag bij Brustem vond op 28 oktober 1467 plaats in Brustem, een deelgemeente van Sint-Truiden in de Belgische provincie Limburg. 

Sinds 1366 voerde de prinsbisschop van Luik ook de titel van graaf van Loon. Filips de Goede van Bourgondië wilde zijn versplinterd gebied aaneensluiten. Om dat doel te bereiken liet hij in 1455 zijn neef Lodewijk van Bourbon via goede relaties met Paus Paulus II tot prinsbisschop benoemen in Luik. 
De Luikenaars, opgeruid door volkstribunen zoals Raes van Heers, namen dit niet. Bij het overlijden van Filips kwamen zij in opstand tegen de gehate prinsbisschop die de vlucht nam. 

De Luikenaars hoopten op steun van de Franse koning Lodewijk XI, de tegenstander van de Bourgondiër Karel de Stoute die intussen zijn overleden vader had opgevolgd. Toen Karel merkte dat Lodewijk zijn belofte niet nakwam trok hij met een beroepsleger van 25.000 man op naar Luik. 

Het was de laatste veldslag in de Lage Landen tussen een volksmilitie en een leger. De Luikse en Loonse milities bestonden uit een samenraapsel van 12.000 man waaronder 500 ruiters. Ze werden aangevoerd door Raes van Heers, zijn vrouw Pentacosta van Grevenbroek en Jan de Wilde, heer van Kessenich. 
Raes koos het zompig gebied tussen Brustem, Sint-Truiden en Ordingen om slag te leveren. Hij wilde zo het effect van de Bourgondische artillerie beperken. Karel rukte op vanuit Sint-Truiden dat hij op 27 oktober belegerde om uitvalspogingen te vermijden.

Raes wilde tijd winnen en wachtte op versterkingen maar de Tongerse milities vielen overmoedig aan. De 4000 doden waren voor het overgrote deel leden van het volksleger dat te maken kreeg met de Bourgondische overmacht. Raes zag de nederlaag aankomen en vluchtte, samen met de Franse gezant François Royer, baljuw van Lyon. Zijn troepen boden langer weerstand maar ze werden verplicht te vluchten richting Ordingen en Zepperen. Karel liet zijn leger iedereen die hun in de handen viel over de kling jagen. Luik en Loon moesten het gezag van Karel de Stoute erkennen. Karel beviel alle Loonse steden hun muren binnen een maand na 8 november (1467) af te breken.