Duiven en standing

Het duifrecht was, net als het jacht- en visrecht, een heerlijk recht, voorbehouden aan de aristocratie en de abdijen. In de arme kempen werd dit recht veel minder uitgeoefend dan in het vruchtbare Haspengouw. Daar zijn er tal van (vierkants)-hoeven voorzien van een duiventil. De uitbouw van duiventorens boven de toegangspoort is eerder een lokaal gegeven. Elders in Vlaanderen (en ook in Frankrijk) is de duiventoren veelal een losstaand gebouw, eerder centraal op het erf. De verhevenheid van de til had zowel een praktisch nut ter bescherming tegen roofdieren (en zichtbaarheid in het geval van reisduiven) als een zichtbaar statussymbool. Sommige duivenkoten bevatten meer dan 1000 broedplaatsen. De broednesten waren holten die in de bakstenen muur waren uitgespaard.
Duiven waren belangrijk als overbrengers van boodschappen (reeds 2500 jaar!), werden gekweekt voor consumptie van vlees en eieren. Van de 13de tot de 18de eeuw waren duiven, samen met wild gevogelte een belangrijk onderdeel van de voedselproductie. Het nevenproduct: duivenmest , rijk aan stikstof en fosfor was een belangrijk bemestingsmiddel
De duiven betekenden een plaag voor de (kleine) boeren die ze niet mochten verdelgen (want ook het jachtrecht was voorbehouden aan de aristocratie). Het bezit van duiven leidde dan ook tot lusten voor de ene en lasten voor de andere wat gedurende eeuwen voor maatschappelijke spanningen en reglementeringen. In de late Middeleeuwen werd het houden van een duifhuis (Columbarium) een voorrecht van grote landbouwbedrijven en vroenhoven (een wezenlijk deel van het erfelijke leen). Het duifrecht kon dan ook alleen maar worden verworven als men over voldoende eigendom beschikte... (waarvoor plaatselijke verordeningen werden uitgegeven). De prins-bisschop van Luik verordende in 1547 dat het verboden was om duiven te houden indien men niet beschikte over 12 bunders grond. Op 24.04.1659 werd te Hasselt verordend dat: 'niemand eenige duyven en sal moghen halden tensy dat hy hebben sal onder dese jurisdictie ten minste thien bunder land'. Een bunder (Lat. bonnarium; Fr. bonnier) of bonder is een oude eenheid van grondoppervlakte. De omvang van een bunder verschilde van streek tot streek, afhankelijk van de grootte van de plaatselijke lineaire meetstandaard de voet of de roede. In Nieuwerkerken was 1 bunder = 20 roeden, 24roeden = 1ha (of 1 bunder = ca. 83,5 a). 
Kortessem, Printhagen: Ook hier is de duiventil zichtbaar aan de binnenzijde van de poort. Het houden van duiven werd steeds meer en meer een statussymbool, een zichtbare verwijzing naar grootgrondbezitter, gepriviligieerde stand, dominantie, superioriteit.   klik op foto > klik in Google+ op de eerste foto > extra info onder "i"!