Maskers (van doopvonten?)

Vermeldenswaard is ook het inmetselen van natuurstenen ‘maskers’ (hoogte ca. 25cm) in de kerken van:
    Olmen (3 stuks)
    - St-Huibrechts-Lille (2 stuks)
    - Houthalen (2 stuks, waarvan één erg verweerd)
    - Vorst (Laakdal- 1 klein rond kopje gecombineerd met een klein kruis).
 
Mogelijk gaat het hier om recuperatie van onderdelen van oudere beschadigde of vernielde doopvonten. De verbreding achter het hoofd, de horizontale band op het hoofd en het ontbreken van een aanzet naar een onderliggend lichaamsdeel wijzen in die richting.
De maskers zijn per 2 of 3, in één gevel, op één lijn, op hoogte verwerkt (halve toren). Zo zijn ze in ieder geval ook beschermd tegen (nieuw) vandalisme.
Balen-Olmen, Zuidzijde van de westertoren van de kerk (2 maskers) 
Maar buiten deze kerken werden ook maskers terug gevonden in:
 
    - de toren van het Rood kasteel in Guigoven-Kortessem (één stuk)
    
Het masker lijkt erg vergelijkbaar met de overige maar wordt door Luk Machiels (na determinatie door KUL-prof.Provoost) gedefinieerd als een Keltische Temenoskop, zijnde een afgodsbeeld dat vereerd werd op een Temenos, een heilige plek in het bos, in open lucht. Het is wel duidelijk dat het ook hier slechts gaat om een deel van een groter geheel. Van dergelijke Keltische gehelen zijn mij echter geen voorbeelden bekend uit deze streek.
 
     - twee maskers langs een buitendeur van de pastorie van Overrepen-Tongeren (deur dichtst bij de kerk).
 
 
 Kortessem, poort-toren van het Rood Kasteel 
 
  
 
In de kerk van Tegelen (bij Venlo, Nederlands Limburg) is in de Noordgevel van de toren (rechts onder twee metseltekens, zie linkerfoto) een groter stuk van een doopvont ingewerkt. Detail hiervan is weergegeven op de rechterfoto.
In de reliefvoorstelling zie je het teken van de Oroburos, de slang die een cirkel vormt door in haar staart te bijten, hetgeen staat voor de eeuwig wentelende jaar- (en levens-)cyclus. Het gebruik van de slang als levens- en onsterfelijkheidsteken op een doopvont ligt dan ook meer dan voor de hand.
 
In Elsloo (NL) zou zich nog een doopvont bevinden met sterk verweerde / afgeslagen koppen. 
Zie ook deze site uit Maasniel (Limburg - NL).
Andere voorbeelden: Nijmegen, Stevenskerk (Gelderland - NL)
 
Buiten deze maskers werden ook enkele ingemetste koppen terug gevonden. In Guigoven in de kerkhofkapel werden deze ingemetseld na afbraak van de vroegere kerk waarin het hoofd was verwerkt. Ook in Beek-Bree zitten twee restanten van mogelijke koppen (zo bevestigd volgens de overlevering). In deze beide gevallen waren de koppen verbonden met het gebruik om jaarlijks de nieuwe communicanten een steentje te laten gooien naar het beeld om aan het heidendom/de duivel te verzaken. In Beek bleef het ritueel bewaard tot 1962.
 
Deze Limburgse variante lijkt toch wel de recyclageattitude van metselaars (zeker de 15de eeuwse Limburgse) te bevestigen om beschikbare materialen, misbakken bakstenen even goed als grafkruisen, restanten van doopvonten edm. te verwerken in bakstenen gevels, al dan niet tot een decoratieve compositie, met een extra boodschap of verwijzing naar notabele voorouders. Door deze fossilisatie hebben de natuursteenrelicten in ieder geval tot op heden kunnen overleven. Een achterliggende apotropaeische reflex (bezwerend-beschermend opzet) lijkt voor de hand te liggen, net als voor de metselaarstekens.
 
 
Het gebruik blijkt ook erg populair geweest te zijn in Denemarken. Hier vind je Romaanse koppen terug die uitgekapt zijn uit één groot bouwblok en dan mee verwerkt in het gebouw (Voorbeelden?).
 
Het gebruik van mensenhoofden en maskers komt trouwens meer voor in gotische bouwwerken. In de publicaties 'Brabantse Bouwmeesters', handelend over de gotiek in Vlaams Brabant vinden we volgende verwijzingen terug:
- Kerk van O.L.Vrouw-Lombeek: De daklijsten van de oostelijke topgevels van koor en middenbeuk zijn versierd met hoofden uit halfverheven beeldhouwwerk. De gelaatsuitdrukkingen van al deze figuren zijn soms grijnzend, soms sereen, soms grotesk.
- St.-Pieterkerk van Itterbeek: de kroonlijsten van de middenbeuk zijn versierd met gebeeldhouwde hoofden en groteske koppen. Het talrijk aanwezig beeldhouwwerk toont aan dat de kalkzandsteen, afkomstig uit de groeven van de streek zich makkelijk liet bewerken.
- St. Catharinakerk van Duisburg: In het koor bevindt zich een rondlopende muurfries, samengesteld uit gekoppelde spitsbogen die rusten op consoles in de vorm van mensenhoofdjes. Heel wat figuurtjes hebben een groteske gelaatsuitdrukking.
 
Volgende commentaar werd hieraan toegevoegd: (Brabantse Bouwmeesters, het verhaal van de gotiek - Halle en omgeving, pag. 33):
In een verslag van de Commissie voor Monumenten uit 1898 worden deze hoofden geïnterpreteerd als "des ames personifiés". "Gepersonifieerde zielen" dus. Daarmee zou dan mogelijk een link zijn gelegd met het omringende kerkhof. Misschien beelden ze ook de tegenstelling uit tussen goed en kwaad, tussen deugd en zonde. Monsters speelden in de middeleeuwse volksgeest overigens een grote rol. Men dacht dat ze wel ergens ter wereld bestonden en dat men ze door ze af te beelden, kon afweren en er macht over kon krijgen.
Of maw. hoe ook hier een apotropaeïsche reflex wordt herkend...
 
In de St-Pietersbandenkerk van Lommel komen ook een aantal maskers voor. Deze blijken qua vormgeving  in ieder geval jonger te zijn en wel in te passen in het metselwerk.
 Dit wordt bevestigd door de doctoraalscriptie van H.P.M. Rose (april 1995) waarin wordt gesteld dat deze kopjes tijdens de restauratie van 1865-1871 (of enkele zelfs tijdens de restararies van 1924-1927 en 1943) werden ingebracht en klaarblijkelijk op dat moment werden gezien als een passende decoratie voor middeleeuwse kerkgebouwen.
De kopjes zitten allemaal in de hogere geledingen van de toren op plaatsen waar in de lager gelegen geleding ijzerzandstenen passtukken waren geplaatst. Allicht staan deze nog model voor de originele vormgeving en waren ze aan vervanging toe.


  
 
 
 
vorige pagina                    volgende pagina