Oude Grafkruisjes in Kerkmuren

     
 
 

In een aantal oude kerktorens zijn op min of meer willekeurige wijze ook losse natuurstenen elementen mee verwerkt. Het gaat om kruisen in de vorm van een klassiek kruis of een taukruis. Het valt op dat de voorkomende kruisen niet perfect passen in het metselwerk. Zij vertonen geen opschrift met uitzondering van een kruismotief op enkele exemplaren. Indien ze speciaal voor dit doel waren gekapt kon dit veel passender gebeuren. Andere natuursteenonderdelen (vb. St-Trudokerk van Peer) zijn erg gedetailleerd en passen wel in het metselwerkverband

 
Door Jaak Nijssen werd eerder al geopperd dat het zou gaan om recuperatie van nog oudere grafstenen:  Niet overal in onze streken staan er op de kerkhoven van die oude stenen grafkruisen, die in het Midden-Maasland en het Midden-Rijnland zo talrijk voorkomen. Ze dragen nooit datums van vóór 1500: Nu zijn er in meerdere laatgotische Kempische kerkgebouwen van vóór 1500 opschriftloze stenen kruisjes ingemetseld. Het zijn oude grafkruisen. Redde men alzo, bij de uitbreiding van de kerk, kruisen van het opgeofferde deel van het kerkhof?”

 

Veelal lijkt dit dan ook een plausibele verklaring. Het lijkt ook inderdaad op het louter initiatief van de metelaars eerder dan van een opdracht. Als kruis kunnen ze een extra apotropaeische (beschermende) betekenis hebben gehad (zie hoger: ‘Calvariekruisen’).

Op deze wijze zitten ze volledig in hetzelfde vaarwater als de metselaarstekens.

 

 

  

De oudste kerk waar dit werd teruggevonden is de:

    - Sint Christoffelkathedraal van Roermond (7 stuks). 
De latere kerken waarin ook kruisen werden verwerkt zijn allen in Kempische gotiek opgetrokken: 
    - St-Andreaskerk te Balen (1 kruis)

    - St-Martinuskerk in Meeuwen (7 stuks) 

    - St-Martinuskerk te Houthalen (3 stuks)

    - St-Lambertuskerk te Hechtel (2 stuks)

    - St-Pietersbandenkerk te Lommel (2 stuks)

    - St-Trudokerk te Peer (7 kruisen)
    - St-Monulphus en Gonduphuskerk te St-Huibrechts-Lille (2 kruisen)
    - St-Wilibrorduskerk te Meldert (Lummen - 1 kruis)
In Sint-Truiden in de zuidgevel van het transept van de Sint-Gandulfuskerk bevindt zich, ditmaal ingewerkt in de natuurstenen buitengevel allicht het oudste pijlkruis van de Limburgen.
 
en in Nederland in de provincie Limburg:

    - St-Martinuskerk in Tegelen (4 stuks)

    - St-Martinuskerk te Weert (4 stuks)
Meeuwen, St-Martinuskerk, zijbeuk zuidzijde

in Noord Brabant (Nederland):

    - St-Willibrorduskerk te Eersel (2 kruisen)

 - St-Willibrorduskerk in Deurne (1 stuk). 

 
In Neerglabbeek is de oude kerktoren gemetst met maaskeien. Allicht werd later de toren in de hoogte vervangen door mergelblokken en werden restanten van de maaskeien herbruikt voor de buitenaanleg... net als twee kruisen met afgebroken voet die mee werden verwerkt in de buitenaanleg... en op die wijze ook zijn bewaard gebleven. In Vliermaal (Kortessem) ligt een zelfde kruisje los op de grond naast de kerktoren.
Al deze kerken vertonen alleenstaande kruisen. In de St-Martinuskerk te Houthalen (twee kruisen gecombineerd met een maalkruis), de St-Monulphus en Gondulphuskerk te St-Huibrechts-Lille (2 kruisen als kroon op calvaries) en de St-Trudokerk te Peer (7 kruisen met 2 exemplaren in een metselcompositie op de noord- en zuidwand van de toren) zijn dergelijke kruisen ook gecombineerd met metselaarstekens. Maar ook in Nederlands-Limburg in Tegelen (St-Martinuskerk) komt de combinatie voor.

 

De hier vermelde kerktorens zijn alle gelokaliseerd in de Belgische of Nederlandse provincie Limburg of onmiddellijk aangrenzend en dateren uit de 15de eeuw (Roermond:1410, Peer: 1422, Tegelen, 1430?, Balen:1444-1508, Deurne (NL-Noord-Brabant): 1460, Meeuwen, Hechtel en st-Huibrechts-Lille: 15de eeuw, Eersel: 1480, Houthalen: 1500, Weert:1528), zodat mogelijk ook dezelfde metselaars(-families) hiermee waren gemoeid. Met slechts enkele uitzonderlijke vondsten elders, als in Linnich, Spaubeek, Bierset en Charneux, lijkt dit fenomeen al bij al een Loons-Limburgse variante in de metseltekengeschiedenis.
 
Peer, St-Trudokerk, oostzijde westertoren
                    Vorige pagina                    volgende pagina                    Op Picasa kan je meer foto's bekijken
 

 

Hierover doordenkend levert dit een aantal mogelijke beschouwingen op.
 
In de arme Kempen van voor 1400 waren er weinig of geen stenen gebouwen. De gewone man leefde in, naar onze normen, armoedige lemen huizen. Vanaf de 14de eeuw ontstond een tot dan toe niet gekende, zij het relatieve, toename van de welvaart dankzij de teelt van schapen, bijen en vlas die in de opbloeiende haven van Antwerpen grote aftrek vonden. In duizenden huishoudens bewerkte men het vlas en de wol met spinnenwiel en getouw. Wie kon zich in die periode een stenen grafkruis permitteren? De aanwezigheid van adel in de arme Kempen was zeker erg beperkt. De clerus bestond grotendeels uit door abdijen uitgezonden priesters. Voor heel wat onder hen en zeker voor de Norbertijnen bleef de abdij de eigenlijke thuishaven (Floreffe, Averbode, Tongerlo, Postel, Park, Gempe). De grafkruisen zijn dan ook allicht geplaatst voor de bovenste laag van de gewone klasse:  schepenen, bakkers, molenaars, en in omliggende  streken de rijkste boeren. Allicht moest de doorsnee Limburger het doen met een houten kruis, voor zover het al de gewoonte was om kruisen op graven te plaatsen.

 

Die vroege stenen kruisen waren echter zonder enig opschrift, noch van naam, noch van datum. Was het dan na een aantal decennia nog duidelijk wiens grafkruis daar stond? Behalve dat het voor iedereen wel duidelijk moet zijn dat een dergelijk kruis verwees naar een ‘belangrijk’ persoon.

Om niet gekende redenen werden zo’n 44 van die kruisen ingewerkt in kerktorens. Voor de metselaars moet het een vaststaand feit geweest zijn dat het ging om grafkruisen van notabelen, personen met een hogere maatschappelijke status. Het inwerken van de kruisen was dan ook een duidelijk eerbetoon, des te intenser naarmate de herkomst van de kruisen concreter gekend zou geweest zijn.

In Peer, St-Huibrechts-Lille, Houthalen en Tegelen werden de kruisen gecombineerd met metselaarstekens. Voor zover de herkomst der kruisen niet echt duidelijk meer was, zal het hier eerder gegaan hebben om een esthetische compositie, met een beschermende apotropaeïsche bijgedachte (kruis, maalkruis, calvarie). Voor zover de kennis van de herkomst der kruisen toch nog meer persoonsgebonden zou geweest zijn, kunnen allicht andere (aanvullende) bedenkingen gespeeld hebben.